Klik hier voor de homepage van Henri en Ine Stembord
Inleiding
Maar de vakantie begon in het Schwarzwald en een bezoekje aan Stuttgart leerde dat er op het Hauptbahnhof een vitrine
met een TRIX EXPRESS baan staat. Tegen inworp van 1 Euro kun je daar 12 rondjes maken met naar keuze een BR01 autoslaaptrein (D-zug),
een ICE, een blauw-beige diesel met goederenwagons (Güterzug) en een rode E-lok met enkele ouderwets aandoende,
waarschijnlijk Beierse, personenwagons). Bijgaande foto's geven een indruk van de baan in z'n totaliteit en van het beschikbare materieel.
Ten zuiden van Stuttgart ligt het Schwarzwald en daar is het best gezellig. Zo rijden er full scale stoomtreinen
(o.a Blumberg; zie ook Nice Little Railways elders op mijn pagina's) en er is een Freizeitpark
met de grootste H0-modelbaan van het Schwarzwald (http://www.freizeitpark-hardt.de/).
Deze modelbaan is overigens in Märklin uitgevoerd en is slechts op bepaalde tijdstippen van de dag toegankelijk voor bezoekers.
Voor degenen die ooit plannen in die richting hebben: het park is te vinden in het plaatsje Hardt dat ongeveer 15 km ten westen van Rottweil ligt.
Waar vind je nog een modelspoorwinkel waar men voor de deur een parkeerplaats heeft opgeofferd om er een originele seinpaal te plaatsen?
In Neurenberg natuurlijk. Naast diverse treinenwinkels en -winkeltjes is daar natuurlijk ook het Verkehrsmuseum,
met als speciaal onderdeel het DB-museum (http://www.dbmuseum.de/).
In het museum is ook een grote modelbaan schaal H0, overigens uitgevoerd in Fleischmann.
Veel TRIX EXPRESS in een winkeltje in blikken speelgoed e.d. gelegen in het Handwerkshof, maar met een prijsniveau als hierboven.
Dan heb ik betere ervaringen met een aantal Duitse handelaren op treinenbeurzen in Nederland.
In de omgeving van Kassel, ten slotte, vond ik nog een zaak waar ik nog even heb staan aarzelen. € 200,- voor een heel mooie BLS,
maar deze zag er net een beetje té overgespoten uit. Wel kwam ik daar in gesprek met de heer Claus,
die een soort privé-museum bestiert, overigens niet met TE, maar met eigen fabrikaat.
Ik heb zelf geen gebruik kunnen maken van zijn aanbod langs te komen,
maar mocht iemand eens in de buurt van Söhrewald (10 km ten ZO van Kassel) zijn...
Conclusie: het is best leuk om een stad mede aan de hand van een aantal modelbouwlocaties te verkennen (de grotere steden hebben er soms wel een stuk of tien; zie ook http://www.geconvvm.de/haendler_01.htm), maar de kans op een gouden aankoop lijkt gering.
De ontmoeting met de buurman was van tevoren al geregeld en op een winterse zaterdagochtend waren wij te gast bij de heer Petersen.
We werden verwelkomd door een kwartet viervoeters, want buurman Petersen is niet alleen een verwoed modelspoorbouwer,
hij is ook voorzitter van de Duitse Teckelclub.
Na deze begroeting volgde een afdaling naar een van de keldervertrekken, waar in de wintermaanden (de zomer is voor de tuin)
druk wordt gewerkt aan een modelbaan. De filosofie van deze enthousiasteling is,
dat de baan in wording de historie van TRIX EXPRESS min of meer moet representeren.
Dat betekent dat er met drie soorten rails wordt gewerkt. Het berggedeelte, dat al gereed is (zie foto), is uitgevoerd in bakeliet.
Het personenstation met de toeleidende sporen bestaat uit Pappe. Dit gedeelte is nog niet in gebruik.
En het toekomstige goederenstation zal in nieuw zilver worden uitgevoerd.
Een vijftal originele TE transformatoren is beschikbaar om de in secties opgedeelde baan van spanning te voorzien.
Het rollend materieel liegt er niet om. Op het personenstation staan een BR01 en een BR18 gereed voor vertrek
en in het berggedeelte draait Der Adler rustig zijn rondjes. Zijn Meisterstück?
Dat is naar de bekende weg vragen, want ik had natuurlijk al die heel fraaie E94 zien staan. Niet dus.
Zijn grootste trots is een rood-beige E03, gekocht via E-bay (foto's).
Via die bron betrekt deze liefhebber wel meer spullen. Soms als schroot, om het vervolgens weer piekfijn in orde te maken.
Deze nijverheid is de familie overigens niet vreemd, want ook de huisjes, wegen, poppetjes en lampjes die de baan opleuken,
zijn liefdevol met de hand gemaakt.
Onder de tafel staan de bijzondere voorwerpen, zorgvuldig verpakt in dozen.
Met een blik vol herinnering laat de heer Petersen een antiek B-lokje zien, ooit een kerstgeschenk van zijn ouders.
En dat laat niet los, dus word je op een gegeven moment vanzelf Wiedereintreter. Wordt in ieder geval vervolgd bij ons volgende bezoek aan Kiel.
De kap liet zich gemakkelijk verwijderen nadat de vier buffers waren losgeschroefd. M.b.v. thinner was de verf eenvoudig te verwijderen;
daarbij moest goed worden opgelet dat de thinner niet met het grijze dak in aanraking kwam, want dat hoefde niet opnieuw te worden geverfd.
Op een beurs had ik voor weinig geld nog een losse kap weten te bemachtigen, overigens iets afwijkend van de originele motor- en bijwagen.
Van een oude, incomplete goederenwagon heb ik het onderstel aangepast, zodat ik t.z.t. eventueel diensten met drie wagons kan draaien.
Dat zou er dan ongeveer zo uitzien.
In het vlak waarin je de baan gaat ontwerpen, kun je een X- en een Y-richting onderscheiden. In het voorliggende
geval wijst X naar het oosten en Y naar het zuiden. Na het kiezen van een oorsprong (O) wordt de eerste rails gelegd
onder een bepaalde hoek t.o.v. de X-richting. Als dat een rechte is, precies in oostelijke richting, levert dat een positieve
bijdrage aan X op van 183,5 mm en in Y-richting geen bijdrage. Gebogen rails en schuin lopende rechte rails leveren altijd een
bijdrage aan zowel de X- als de Y-richting. In het bijgevoegde Excel werkblad staan de waarden voor bogen met R1 en R2,
hele en halve rechte rails afgebeeld. Als je het wilt gebruiken, kun je het beste de tabellen opnemen in je eigen welkblad en met
de kopieer- en plakfunctie steeds een railstuk toevoegen aan je baan. Als alles goed gaat moeten de X- en Y-waarde
bij terugkeer in de oorsprong beide weer nul zijn. Voorbeelden kun je vinden in een van de andere pagina's, waar ik het ontwerp
van mijn baan in wording beschrijf.
Mijn collectie (stand september 2006)
Belevenissen van een herintreder - 1: een rondje zonder kerk
Belevenissen van een herintreder - 2: kat en muis
Belevenissen van een herintreder - 3: passen en meten
Belevenissen van een herintreder - 4: terug naar de bron
Belevenissen van een herintreder - 5: een Duitse TRIX EXPRESS liefhebber
Renovatie VT 75
Rekenhulp bij baanontwerp
Wandvitrine
NIEUW september 2006: Modulaire kantelbaan in aanbouw
Inleiding
Op deze pagina's gaat het over TRIX EXPRESS, een legendarische naam in de wereld van de modelspoorwegen.
Deze pagina is duidelijk nog in opbouw, net zo als trouwens mijn modelbaan, het wagenpark etc.
Om te beginnen een tweetal artikelen onder de naam Herintreder, die aangeven hoe het - in mijn geval - ruim 40 jaar geleden er voor stond met de treintjes.
Mijn collectie
De BR 80 die sinds voorjaar 1959 in mijn bezit is (zie Herintreder 1)
Nog een BR 80, maar dan een later model met schijfcollectormotor, tegen aan gelopen op een beurs
Op een rommelmarkt tegengekomen: een groen batterij lokje
Een groene V36: geheel rijklaar
Idem, een V 100 uit de zestiger jaren
De V 200 kom je vaak tegen; met rode led's heb ik deze van sluitverlichting voorzien
Deze VT 75 had al rode sluitverlichting; het treinstelletje moest echter wel in revisie
Deze E 10 is werkelijk een sieraad, om te zien, maar ook qua rijden; in het voorjaar van 2001 gekocht in een shop in Kiel
Deze E 50 is letterlijk en figuurlijk een kanjer. Met zijn twee (!) motoren trekt deze lok de zwaarste goederentreinen.
Zijn kleine broertje is de E 40, een sierlijke lokomotief die veel weg heeft van de E10
Deze leuke industrie lok deed het bij aankoop op een vlooienmarkt niet en mocht daarom voor heel weinig mee.
Hij rijdt inmiddels, maar er moet aan het uitwendige nog wel wat gerenoveerd worden.
Op de beurs in Wezep gekocht: een BR 18
In Hamburg voor 19 Euro: (nog) een BR 24
Kijk, daar moet je nou tegen aan lopen: een gave BR 64 voor 45 Euro op de Eurospoorbeurs
We hadden al een V 36, maar deze, inclusief trafo, ruim 60 stuks rails en wissels (nieuw zilver!) en enkele wagons,
lieten we natuurlijk niet staan voor slechts 25 Euro
De V 218; een wat later model van TRIX EXPRESS
Een industrielokje met startproblemen; hij kostte dan ook slechts een paar Euro
Deze ELD was een stuk duurder, maar rijdt dan ook zoals het zou moeten. Kunnen de NS wat van leren...
Nog een E 10, maar dan een iets later model (E10.138)
Eindelijk een BLS op de kop getikt. Een jongensdroom komt uit...
Gevonden op een rommelmarkt: een batterijlok met twee puntgave wagons, met onderop "made in Germany", dus kennelijk nog van voor de muur...
Ook op een rommelmarkt: deze Santa Fe van TRIX/Rivarossi. Met wagons, rails en trafo voor 25 euro. Na een tip van een clublid
heb ik deze combinatie met tandpasta (!) weer blinkend schoon gekregen.
De E 112, een iets later model van TRIX EXPRESS
Belevenissen van een herintreder - 1: een rondje zonder kerk
Het moet omstreeks 1954 zijn geweest toen Sinterklaas mij een treinset cadeau deed.
Alhoewel mijn vriendjes allemaal Märklin hadden, achtte de Goedheiligman het beter mij van TRIX EXPRESS
te voorzien en wel een geschenkverpakking met batterijlok, twee personenwagons en een hoeveelheid rails
precies voldoende om de rand van de eettafel te verkennen.
Uit de foto moge blijken dat het manoeuvreren langs het door mijn vader zelf gefabriceerde station, perron en remise,
deze laatste compleet met draaischijf, een uiterst serieuze aangelegenheid was. Later volgden nog twee handwissels,
twee electrische en een kruispunt, alsmede enkele goederenwagons.
Er was in die tijd best wel wat competitie tussen Märklin en Trix Express en tussen de bezitters daarvan.
Natuurlijk, het eerstgenoemde merk oogde wat degelijker, de instapklasse was geen batterijmodel en Märklin was
duurder en dus beter. Ik meen me te herinneren dat de Märklin-krokodil toen F. 149,- kostte, terwijl de Trix BLS
voor f. 69,- geprijsd stond. Op één front won de mijne het altijd: snelheid. Daarvoor was natuurlijk wel enige overspanning
nodig, maar met electronica als hobby was dat geen enkel probleem. Die wedstrijdjes waren overigens niet de oorzaak
van het vroegtijdig overlijden van het lokje. Dat had meer met mijn nieuwsgierigheid te maken en het feit dat ook toen al
de technische handleidingen eindigden met "het weer in elkaar zetten geschiedt in omgekeerde volgorde".
Niet getreurd, want er was net uitbreiding geweest. Extra rails, die losgekocht ongeveer net zo duur waren als te zamen
met een treintje in een geschenkdoos. Dat werd dus de doos. En aangezien Sinterklaas en mijn verjaardag slechts
enkele weken van elkaar verwijderd zijn, waren dat dus twee vliegen in een klap. Over dat batterijlokje vertel ik hieronder
in de tweede episode. Nu nog net even ruimte voor een beschrijving van de voorlopig laatste uitbreiding:
een BR80 met een heuse, enig echte Trix Express trafo. Ter gelegenheid van de koperen bruiloft van mijn ouders en
daarom in de tijd exact te plaatsen: maart 1959.
Lang heeft het plezier daarvan niet geduurd. Ruim een jaar later openden zich de deuren van de middelbare school,
bleek de hockeyclub heel gezellig en zorgde de opkomst van de transistor ervoor dat de treinspullen in een doos verdwenen
om daar pas zo'n veertig jaar later weer uit te komen...
Een rondje zonder kerk (omstreeks 1955)
Belevenissen van een herintreder - 2: kat en muis
Naast mijn ouders en hun twee kinderen was er ook kat in ons huis. De kinderen waren respectievelijk drie en zeven jaar
toen hij (het was eigenlijk een zij) zijn intrede deed. Het dier heeft het zeker niet gemakkelijk gehad, maar desondanks
de zeer respectabele leeftijd van 19 jaar gehaald. Op de wat rustige momenten mocht hij naar de trein kijken.
En hem van de rails af slaan, als ware het een muis. Dat tot groot plezier van de verkeersleider.
Een beetje verkeersleider droeg in die tijd (midden vijftiger jaren) een stropdas zoals op de foto te zien is.
De ware kenner zal hebben opgemerkt dat het hier om een rode muis ging, de dieseluitvoering van de batterijlok.
Nu zeldzaam, maar dat besefte ik toen nog niet. Vandaar dat er nu alleen twee onderstellen over zijn.
Mijn ouders hadden gevoel voor drama bij het cadeau doen: eerst een pakje met de bijwagen:
"een nieuwe aanhangwagen voor je trein" en na mijn beteuterde uitleg over niet passen bij het bestaande materieel
en de foute koppeling, kwam het tweede pakje met motorwagen.
De BR80 en de trafo hebben de tand des tijds goed doorstaan. De lokomotief loopt nog prima en de trafo
ziet er na een lang leven als acculader en laboratoriumvoeding nog 'near mint' uit.
De rails die ik ooit rood (niet vanwege de diesellok) had geverfd zijn weer schoon, de doorgebrande wissels
opnieuw gewikkeld en voor je het weet begint het weer te kriebelen. Sinds een jaar lid van de TRIX EXPRESS CLUB,
regelmatig langs rommelmarkten, beurzen en schrikken op E-bay van de prijzen. Mijn aardigste aankoop was
een vijftigtal rails met enkele hand- en electrische wissels, compleet met (donkergroene) stoombatterijlok, trafo
en een hoeveelheid wagons voor F 60,- op een rommelmarkt.
En tijdens een korte vakantie in Duitsland kwam ik afgelopen mei in Kiel een heel fraaie E10 tegen.
Ondanks de ruim tweehonderd DM kon ik die niet laten staan.
Hieronder enkele adressen waar ik TRIX EXPRESS ben tegengekomen. (NB. deze komen t.z.t. op een van de andere sub-pagina's te staan)
Ik lees met belangstelling de meningen van andere clubleden inzake het ombouwen van andere merken
naar TRIX EXPRESS. Ieder moet dat voor zichzelf weten. Wat mij betreft moet een trein of wagon origineel TE zijn,
moeten de rails een kartonnen bedding hebben, mag het geheel zo nu en dan een beetje haperen en mogen de treintjes
best wat lakbeschadigingen hebben. Want als je af en toe weer even kind wilt zijn, moet je het natuurlijk wel écht doen...
Kat en muis (omstreeks 1957)
Belevenissen van een herintreder - 3: passen en meten
Enkele maanden geleden heb ik in een nostalgische bui weer eens zitten bladeren in het legendarische 'TRIX EXPRESS Gleisbuch' en in een aantal TED-magazines. Prachtige baanontwerpen met als een van de hoogtepunten de in TED nr. 12 van december 1958 beschreven baan van de firma Kamlag, toentertijd importeur van TRIX EXPRESS.
Wat mij met name bij de wat complexere ontwerpen opvalt, is dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van series aaneengeschakelde korte stukjes rails (voor de kenners: de 703 en de 706) om de zaak passend te maken.
Maar wat is nu precies passend en hoe bepaal je dat?
Tegen dit probleem liep ik aan toen ik mijn eerste ontwerpschetsen, met enkele ruime lussen en ongelijkvloerse "achten", wilde omzetten in een proefopstelling. Wat op het eerste gezicht naadloos op elkaar leek aan te sluiten, bleek later toch behoorlijk te wringen. En dat is niet alleen onesthetisch, maar het kan ook een bron voor ontsporingen zijn.
Het assortiment TRIX EXPRESS bestaat uit rechte en gebogen rails, naast natuurlijk de kruispunten en wissels. De drie typen rechte rails noemen we voor het gemak even heel, half en kwart, waarbij de hele ongeveer 18 cm lang is. Bij de gebogen rails ligt het iets minder eenvoudig, daar er twee boogstralen zijn (ca. 34 en 40 cm) en drie hoekverdraaiingen, respectievelijk 30, 24 en 6 graden. De boogstraal van 34 cm met een hoekverdraaiing van 30 graden is het meest voorkomende type en vormt samen met de hele rechte de grondslag voor onderstaande cijfers.
Bij het ontwerpen en vooral bij het passend maken van een baan, is het handig een vast beginpunt te kiezen, de zogenaamde oorsprong. Vanuit de oorsprong kun je een horizontale en een verticale richting onderscheiden, ook wel respectievelijk de X- en de Y-richting genoemd. Ieder stuk rails levert een verplaatsing in de X- en de Y-richting op en als het goed is kom je uiteindelijk weer bij de oorsprong uit. Oftewel: de som van alle positieve en negatieve bijdragen in zowel de X- als de Y-richting is nul.
In figuur 1 is te zien dat je eigenlijk helemaal niet zoveel getallen hoeft toe te passen. Bij het gebogen railstuk zijn de waarden 45, 125 en 171 mm van belang en voor de rechte zijn dit 91, 158 en 183 mm. De cijfers achter de komma laat ik even buiten beschouwing. De waarden van de rechte rails kunnen met respectievelijk 0,48 en 0,27 worden vermenigvuldigd bij toepassing van halve en kwart rails. En wie met de grote boogstraal aan het werk gaat, kan de waarden van de gebogen rails met 1,17 vermenigvuldigen. Met de kanttekening dat e.e.a. uitsluitend geldt voor hoekverdraaiingen van 30 graden. Bij de kleinere hoekverdraaiingen, zoals de vaak voorkomende 24 graden, worden de waarden voor de krommen, maar ook voor de aanliggende rechten totaal anders.
De verplaatsingen in horizontale en verticale zin zijn hierbij weergegeven. In het hoofdstuk Rekenhulp staat nadere informatie. Daar is ook een rekenblad in Excel te downloaden.
Belevenissen van een herintreder - 4: terug naar de bron
De laatste jaren maak ik er een gewoonte van bij bezoeken aan Duitsland een lijst met modelbouwwinkels bij me te hebben.
Ook afgelopen zomervakantie was dat het geval, zeker gezien ons voornemen enkele dagen in Neurenberg,
de bakermat van TRIX EXPRESS, door te brengen.
Helaas was het geheel 'Zur Zeit auber Betrieb': ergens was een wagon uit de rails gelopen.
Gelukkig kom je in de winkeltjes nog diverse TE locomotieven en wagons tegen. Maar, o jee, de prijzen.
Als de bedragen in DM waren geweest had ik het nog veel te duur gevonden, maar het waren "gewone" Eurobedragen".
In een soort luilekkerland met overal dozen met treintjes toverde de uitbater op mijn verzoek vrij snel een stapeltje TE-dozen tevoorschijn.
Zonder blikken of blozen verzon hij ter plaatse wat vraagprijzen. Hoezo € 150,- voor een V100 en idem voor een V36?
'Eéé Vierundneunzig' had-ie ook, maar hij kon hem niet vinden. Was vast geen € 150,- geweest.
Belevenissen van een herintreder - 5: een Duitse TRIX EXPRESS Liefhebber
Wij hebben goede vrienden die in een klein plaatsje in de buurt van Kiel wonen.
Toen toen zij enige tijd geleden van mijn herintreding hoorden, was hun reactie onmiddellijk dat zulks ook het geval was met hun buurman.
En dat wij elkaar beslist eens moesten ontmoeten.
Nu is heen en terug naar Kiel een te grote afstand om regelmatig even langs te gaan,
maar we proberen toch eens per jaar een lang weekend in die omgeving door te brengen.
Afgelopen december was het weer zover en, gesterkt door de aankoop van een nog acceptabele BR 24
(ik had er al een, maar je kunt er beter mee dan om verlegen zitten) voor slechts € 19,- in Hamburg, arriveerden wij ter plaatse.Renovatie VT 75
Op Eurospoor 2001 kwam ik een redelijk geprijsde VT75 tegen. Voor Fl. 100,- mocht ik hem meenemen.
Probleem was dat de motorwagen er zwaar verwaarloosd uitzag. Dat betekende zelf opknappen.
Voor mij was dat de eerste keer. Achteraf bezien had het resultaat beter kunnen zijn, maar al met al ben ik niet ontevreden.
Zo zag de motorwagen er aanvankelijk uit.
Voor het spuiten van de kap heb ik gebruik gemaakt van een spuitbus autolak in bijna dezelfde kleur (Halfords). Na vijf keer dun spuiten op een afstand
van ongeveer 60 cm was het resultaat goed genoeg. Maar toen... de witte bies.
Uit eerdere ervaringen wist ik dat rondom de (verhoogde) bies afplakken met tape tot een knoeiboel leidt. Ik heb het met een dun penseeltje, onder een loep
en met vaste hand gedaan. De volgende keer wordt beslist nog beter!
De ruiten. Ik heb strookjes geknipt uit zogenaamde bewaarboxen voor videobanden (o.a. verkrijgbaar bij IKEA). Voor de ruitjes van de machinistencabines
heb ik stukjes filmnegatief gebruikt. Bijzondere aandacht verdient het plaatsen van de verlichtingsunit; de ruimte voorin is krap en voordat je het weet,
zitten de ruitjes weer los.


Rekenhulp bij baanontwerp
Het leggen van een cirkelvormige baan of een eenvoudig ovaal lukt over het algemeen wel.
Moeilijker wordt het wanneer de baan "op maat" wordt gemaakt met hele en halve rechten tussen
de gebogen rails, of wanneer en met ongelijkvloerse achtvormige banen wordt geëxperimenteerd.
In zo'n geval zit er natuurlijk de nodige "rek" in de baan en kun je altijd wel een half railsje smokkelen.
Mooi is dat echter niet en het komt ook het ongestoord rijden niet ten goede.
Wandvitrine
Wanneer je één treintje hebt, plaats je hem op een kastje, heb je een paar treintjes, dan wordt het al passen en meten,
en wanneer de collectie groeit (nou ja, zo omvangrijk is mijn bezit niet), ontstaat de behoefte aan een speciale opbergplaats.
En dan ook een plek waar e.e.a. goed zichtbaar is. Een vitrine derhalve.
Ik heb gekozen voor een stukje zelfbouw, wat voor een beetje knutselaar eenvoudig te realiseren is. Het voert te ver om bouwtekeningen
te presenteren (voor de echte liefhebber overigens op verzoek wel te verkrijgen). Daarom volsta ik met een korte beschrijving en een foto.
De afmetingen zijn bepaald door de beschikbare ruimte aan de muur en de afmetingen van beschikbaar plexiglas (perspex). Om met dit laatste te beginnen:
dit materiaal is erg prijzig als je het bij de bouwmarkt koopt. Er is een adres in Deurne waar voordelig restanten te verkrijgen zijn (kijk maar op Marktplaats.nl).
Op grond van zo'n plaat plexi kwam ik op een vitrine-afmeting van ongeveer 100 cm hoog en 85 cm breed. Vanwege de stevigheid heb ik voor 6 mm dik plexi gekozen;
achteraf bezien had 4 mm ook gekund.
De omlijsting van de vitrine is van vurenhout (12x59), koud tegen elkaar gezet. De stips waarop de treinen staan is ook een standaardmaat: 7x44.
De achterwand bestaat uit dun triplex. Alles geschroefd en gelijmd en natuurlijk een verfje. Het plexiglas blijft als een losse plaat, met twee knopje om hem
beet te pakken, en wordt a.h.w. voor de kast geschoven.